Fasen in de introductie van nieuwkomers (Integrale tekst)

Dr. A.L.M. Knaapen en B.E.J.M. Knaapen*

 

 

In deze methode wordt geïllustreerd hoe, door de introductie van nieuwe medewerkers over een langere periode uit te strekken en daarin fasen te onderscheiden, de effectiviteit van de introductie aanmerkelijk kan toenemen.

De introductie wordt daarmee een vast bestanddeel van het proces van loopbaanbegeleiding.

 

Doel

Het doel van deze methode is de opeenvolgende fasen in een introductieproces te verduidelijken; deze fasen zijn:

-         de informatiefase,

-         de integratiefase,

-         de identificatiefase en

-         de innovatiefase.

 

Door dit onderscheid in fasen wordt de nieuwe medewerker duidelijker betrokken bij personeelsbeoordeling (c.q. functioneringsgesprekken), loopbaanplanning en -begeleiding, het volgen van opleidingen, eventueel kadervorming en managementopleidingen.

De fasering is in het belang van de organisatie, en met name van de direct betrokkenen: chef en nieuwe medewerker.

 

Toepassingsgebieden

Deze methode is in beginsel overal toepasbaar. Een uitzondering zouden de functies kunnen zijn die nauwelijks of in het geheel geen uitzicht bieden op ontwikkeling. In de praktijk komt het echter maar zelden voor dat van deze methode van faseren van de introductie bewust moet worden afgezien.

 

Methode

1. Achtergrond

In de vakpers wordt over de introductie van nieuwe medewerkers wel veel geschreven, zoals dat ook gedaan is over het exit-interview, maar in de praktijk wordt er nog weinig vorm aan gegeven. Het belang van een goede introductie is duidelijk gebleken in de oorlogsjaren, toen met name in Engeland veel vervangend personeel snel moest worden ingewerkt om het werk over te kunnen nemen van medewerkers die in dienst van de strijdkrachten waren opgeroepen. In de eerste jaren na de oorlog ebde de belangstelling voor de introductie snel weg. De jaren vijftig gaven vervolgens weer een wat systematischer aanpak te zien. Vooral voor de zogenaamde schoolverlaters. Met name in de wat grotere bedrijven ontstonden meerdaagse groepsintroductieprogramma's, maar er rezen tegelijkertijd twijfels over hun effectiviteit. Het waren meestal slechts kortstondige mentale injecties, zonder follow-up, en meer gericht op het in hoog tempo overbrengen van informatie dan op integratie en identificatie met de werkomgeving, met chefs en collega's.

Het idee van opdeling in fasen van de introductietijd is afkomstig van een middelgrote bankinstelling. De begeleidende adviseur wees het ontbreken van goede inwerktijden als belangrijke oorzaak aan van het vastlopen van het overleg. Er volgde een fikse gedachtewisseling over nut en onnut van introductie- en inwerkprogramma's. Deze discussie gaf de sleutel naar heropening van het gestagneerde werkoverleg. De conclusie: ' Als we de introductie voortaan eens in duidelijk herkenbare fasen opdeelden ?'

 

2. Kern

De ontwikkeling van de doeltreffendheid van de introductie laat zich aflezen aan de curve in figuur 1.

 

Figuur 1. Doeltreffendheid van de introductie

Hoe degelijk de nieuwkomer ook moge zijn voorbereid op de nieuwe baan, onder meer door informatie die verkregen is tijdens de selectieprocedure en door zelf al een aantal indrukken over het nieuwe werk en de nieuwe werkomgeving te hebben opgedaan, toch blijkt in een groot aantal gevallen dat er zich onvermijdelijke startproblemen voordoen. Deze betreffen onbekendheid of onzekerheid met betrekking tot zeer praktische zaken als parkeerplaats, fietsenstalling, garderobe, toiletten, gereedschappen, lunchpauze, kantinefaciliteiten enzovoort. Het kan verstandig zijn de instructie over dit soort zaken schriftelijk te regelen of zo mogelijk in groepsverband te laten geschieden. Het is aan de personeelsfunctionaris om er op toe te zien dat deze instructie plaatsvindt.

Na deze instructie komt de nieuwkomer toe aan opname en verwerking van oriënterende gegevens over zijn functie. Een belangrijk gegeven is de kennis van het in de .organisatie of afdeling heersende taalgebruik. Ook spelen bijvoorbeeld de veiligheidsvoorschriften een rol. Als hij vervolgens de in elke functie wel voorkomende routinevaardigheden onder de knie heeft, nemen efficiency en effectiviteit vanzelf toe.

Het is op dit tijdstip dat het faseren van de introductie eigenlijk pas begint. De introductie tot nu toe was beperkt tot de instructie over zaken die aanvangsmoeilijkheden van verschillend kaliber kunnen opleveren -een instructie die eventueel in groepsverband kan worden opgevangen. Zodra het faseren begint wordt de introductie een individueel gericht proces.

 

Informatiefase

In deze eerste fase gaat het om voorlichting over fundamentele zaken, als bevoegdheden die de nieuwkomer nodig heeft om zich binnen de organisatie op zijn plaats te voelen. Maar vooral gaat het om informatie die is gericht op de reductie van gevoelens van onzekerheid die door veranderingen worden opgeroepen. Deze reductie komt tot stand door het stabiliseren van de relaties met de belangrijkste opdrachtgevers waaraan de nieuwkomer verantwoording schuldig is. Lukt het niet om die onzekerheden te overwinnen, dan verlaat men de dienst. Lukt het daarentegen wel, dan opent zich de volgende fase. De informatiefase is zo belangrijk omdat er van meet af aan duidelijkheid cliënt te bestaan over de rollen en verantwoordelijkheden, zowel van lijnmanagement als van personeelszaken. De personeelsfunctionaris doet er goed aan dit te verifiëren met de tijdens de selectieprocedure ( eventueel ) gedane toezeggingen !

 

Integratiefase

In deze fase gaan de verhoudingen zich natuurlijkerwijs verder ontwikkelen. Het verkennen van het werkterrein wint aan belangrijkheid. De eerste opgedragen taken kunnen -afhankelijk van de reeds aanwezige kwalificaties -min of meer zelfstandig worden aangepakt en uitgevoerd. De routinevaardigheden komen onder controle, worden beheerst en worden allengs een tweede natuur. Nu begint de integratiefase. Die integratie rust op twee pijlers. De eerste pijler houdt de opname en verwerking in van standaard voorgeschreven procedures, naast de beheersing van routinematige handelingen, op elk niveau van functioneren. De tweede pijler wordt gekenmerkt door ritualisering in de vorm van inprenting van constant blijvende relatiepatronen.

In deze fase ligt een duidelijke lijn naar het werkoverleg op de afdeling: de integratie van de nieuwkomer in de formele en in de informele organisatie. Wordt die integratie niet gehaald, bijvoorbeeld omdat de nieuweling bang is om fouten te maken of omdat hij kopje onder gaat in zijn aanpassingsdrift, dan zal hij niet toekomen aan de volgende fase.

 

Identificatiefase

Wanneer de nieuwkomer behoorlijk gemotiveerd tot de organisatie is toegetreden, dan hangt de overstap naar de identificatiefase heel wezenlijk af van de manier waarop de chef hem tegemoet treedt. Is die manier positief, met uitleg over samenhangen, met ruimte voor zelfregulatie en voor participatie in de besluitvorming, dan ontstaat er identificatie. Vereenzelviging met de taak en met de groep. Efficiency en effectiviteit nemen toe. De deskundige ontpopt zich, als vakman of als specialist.

Een middel om het proces van identificatie te versnellen is gelegen in het uitnodigen van de nieuwe medewerker, reeds in deze fase, voor het bijwonen van bijvoorbeeld de viering van een dienstjubileum of bijvoorbeeld de uitreiking van een ideeënbusprijs.

 

Innovatie

De overgang naar de fase van de innovatie hangt in hoge mate af van het individueel ontwikkelingspotentieel dat de nieuwe medewerker inbrengt. Maar daarnaast ook van de aanmoedigingen die van de zijde van superieuren worden ontvangen. Het bereiken van deze fase is waarschijnlijk maar voor weinigen weggelegd. Wij bestrijden echter dat alleen de hoger en beter opgeleiden er toegang toe verkrijgen. Gezond verstand en verbeeldingskracht zijn doorslaggevend. Het in staat zijn tot innoveren betekent dat een medewerker in staat is mogelijkheden tot verandering in zijn werkomgeving te onderkennen. Hetgeen tot gevolg heeft dat zijn effectiviteit met sprongen stijgt. Wanneer de leiding haar volle aandacht op zo'n medewerker concentreert, zal het niet moeilijk zijn in die medewerker duidelijke loopbaanmogelijkheden te onderkennen.

 

3. Toepassingen

In het buitenland wordt op sommige plaatsen reeds vele jaren gewerkt met de methode als hier beschreven. In ons land daarentegen wordt er (nog) weinig gebruik van gemaakt.

 

4. Voor- en nadelen

Het meest in het oog springend voordeel van deze methode is de toe name van de effectiviteit van de introductieperiode als geheel.

Doordat het eerstelijns management en het middenkader door middel van beoordelings- en functioneringsgesprekken bij de introductie zijn betrokken, ontstaat een niet te onderschatten bijdrage aan management development.

 

5. lnvoeringsscenario

Invoering van deze methode van fasering in de introductie van nieuwe medewerkers noopt tot een aantal stappen.

 

Stap 1. Voorlichting op brede schaal

Informatie aan alle leidinggevenden, met name het eerstelijns management, over doel en werkwijze van de methode. Informatie ook aan de ondernemingsraad. De voorlichting aan alle personeelsleden kan in de meeste gevallen schriftelijk, bijvoorbeeld via het personeelsorgaan, plaatsvinden.

 

Stap 2. Training

Uitgebreide uitleg over de inhoud van de fasen. Training ook in het interpreteren van de signalen in elke fase. Aandacht voor de nodige flexibiliteit die vereist is om de methode in bijzaken, bijvoorbeeld de duur van elke fase, te kunnen aanpassen aan de individualiteit van betrokken nieuwkomer.

 

Stap 3. Feedback

Evaluatiecontacten in elke fase en geplande en geïnstitutionaliseerde evaluatiegesprekken ter afsluiting van elke fase. Met name werk maken van het evaluatiegesprek tegen het einde van de overeengekomen proeftijd.

 

Stap 4. Coördinatie van de stappen 1 tot en met 3

Regelmatige rapportage in stafbesprekingen en in werkoverleg

 

Beoordeling

Deze methode is niet moeilijk te hanteren. Wel kost het enige moeite om de chefs de vrijheid te laten nemen de methode flexibel toe te passen. In andere zaken worden zij immers vaak gedwongen zich te houden aan strakke procedurevoorschriften. Training en overleg kunnen hier uitkomst bieden. Tot nu toe opgedane ervaring leert dat de fasen vaak ongelijk van duur zijn en dat de gehele introductieperiode in duur varieert van twee tot tien maanden. Veel hangt af van de interne organisatie en communicatie. Maar ook van de moeilijkheidsgraad van de functie.

Naast een zorgvuldiger introductie vaar de nieuwkomer, vallen de winstpunten op vooral voor het eerstelijns management. Het werken met deze methode drukt hun aandacht op aspecten van leiding geven, die zij daarvóór misschien wel hebben verwaarloosd of ten onrechte minder belangrijk hebben gevonden.

Niet vergeten mag worden dat deze methode de systematiek en de effectiviteit van de loopbaanbegeleiding kan verhogen. Dit is van belang voor de continuïteit van de organisatie. Deze moet immers ook in de toekomst kunnen rekenen op goed opgeleide en deskundige medewerkers, zowel op hoog als op laag niveau.

 

Checklist

-         Is het personeelsmanagement in staat de methode binnen de organisatie in te voeren en te coördineren?

-         Bent u als personeelsmanager in staat zelf de voor de juiste toepassing van deze methode benodigde training van leidinggevenden op u te nemen?

-         Welke deskundigheid is al in huis en welke dient van buiten te worden aangetrokken?

-         Zijn de leidinggevenden bereid de voortgang te bewaken, door de introductie als vast agendapunt voor hun werkbesprekingen te accepteren?

 

Dr. A.L.M. en B.E.J .M. Knaapen zijn partners in de adviespraktijk van Bureau Dr. A.L.M. Knaapen B.V. te Bilthoven.

Methoden, technieken en analyses/Afl. 7 I.2.6.1-101

 


Archief menu