|
De spelers hebben elk een pion die zij beurtelings over het bord bewegen. Het aantal ogen van de dobbelstenen is gelijk aan het aantal vakjes dat zij mogen opschuiven. Het is een slingerroute die de speler telkens door het hart van het bord leidt, maar zonder eindstreep. Elke keer als een speler het hart van het spel passeert, krijgt hij als beloning een munt. Wie na anderhalf uur spelen de meeste munten heeft, is winnaar. Maar dat is niet het echte doel van de training. Elk vakje heeft een kleur die overeenkomt met die van een stapeltje kaarten waarop vragen of opdrachten staan. De speler die aan de beurt is, krijgt nadat hij op een vakje is gekomen een kaart met de kleur die gelijk is aan de kleur van het vakje.
|
| |